Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Het systeem betrekken, nóg meer dan voorheen en in elke fase

De methode ‘handelingsgerichte diagnostiek' is herzien. Daarbij is aandacht voor recente thema's, zoals de therapeutische waarde van diagnostiek, de stem van het kind en de discussie over de zin en onzin van classificaties. Wat bleef hetzelfde, wat is nieuw? Een overzicht.
Diagnostiek is een proces van gezamenlijk gericht informatie verzamelen en analyseren met als doel het nemen van de juiste beslissing over de in te zetten aanpak of interventie. Diagnostiek geeft de hulpvrager, betrokkenen en de professional input voor het beantwoorden van vragen als: ‘Wat heeft dít kind, met déze ouders, op déze school met déze leraren en in déze context nodig om de gewenste situatie te bereiken?’. Uit onderzoek blijkt dat cliënten met een goede diagnose minder vaak afspraken afzeggen, minder vaak voortijdig uitvallen en meer profijt hebben van de behandeling (Bartelink, 2013). Nauwkeurige diagnostiek vormt dus een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle behandeling.

Diagnostische processen volgen daarbij de diagnostische cyclus (De Bruyn et al., 2003), waarbij een professional de situatie systematisch analyseert en verklaringen toetst. Andere pijlers van diagnostiek zijn onder meer vraaggestuurd werken (Witteman et al., 2014), doelgericht werken (Eurelings-Bontekoe & Snellen, 2022), aandacht voor zowel risico- als beschermende factoren (Carr, 2016) en aandacht voor de onderlinge samenhang en wederzijdse wisselwerking tussen deze factoren (Bronfenbrenner, 1994). Bij dit alles dient een professional in staat te zijn meerdere rollen te combineren, namelijk enerzijds die van expert en anderzijds die van samenwerkingspartner. Idealiter is goede psychodiagnostiek dus een geïntegreerd onderdeel van de klinische cyclus, waarbij de uitkomsten leiden tot aanknopingspunten voor behandeling. De professional gaat hierbij een doorlopende samenwerking aan met de hulpvrager, houdt diverse inhoudelijke pijlers in de gaten, waarbij hij of zij ook methodisch onderbouwd, stapsgewijs en efficiënt te werk moet gaan. Al met al een flinke uitdaging.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs12454-025-1852-6/MediaObjects/12454_2025_1852_Fig1_HTML.jpg
Deze foto is illustratief | © Southworks / Stock.adobe.com
Hoe het diagnostisch proces zou moeten verlopen, is onderwerp van onderzoek, en het antwoord op die vraag kan bovendien veranderen met de tijd. Eind jaren negentig schreven Noëlle Pameijer en Tanja van Beukering Handelings Gerichte Diagnostiek (1997), waarin zij veelvoorkomende knelpunten constateerden in diagnostische onderzoeken, zoals een eenzijdige focus op het probleem van het kind en onvoldoende aandacht voor de wisselwerking met de omgeving in het ontstaan en voortbestaan van de klacht. Gestelde onderzoeksvragen werden niet beantwoord en niet-gestelde vragen wél. Het perspectief van de professional stond centraal, in plaats van de vragen van het cliëntsysteem. Ook ontbraken vaak de krachten en positieve aspecten van de cliënt en diens systeem. Daarnaast bevatten diagnostiekverslagen veel vaktaal die moeilijk te begrijpen was voor de cliënt. Ten slotte constateerden zij dat er meer aandacht was voor labels en risicofactoren
Premium

Wil je dit artikel lezen?


    Al abonnee? Log dan in