Een jonge kat gaat, met in zijn kielzog steeds meer dieren, op zoek naar droog land. Flow is de tweede animatiefilm van supertalent Gints Zibalodis. Hij creëert in deze film, die werd bekroond met een Oscar voor beste animatiefilm, een mythische wereld over en met dieren, waarin ze natuurgetrouw worden verbeeld, maar waarin ook een andere laag van betekenis kan worden beleefd. Uiteindelijk gaat Flow over empathie en communicatie. Zullen deze ontheemde schepsels met elkaar overleven? Voor kinderen van 8 tot 88 jaar. (CvG)
Boek • Kopzorgen, Neurodiversiteit begrijpen in 33 vragen
Het begrip ‘neurodiversiteit’ duikt steeds vaker op in de ggz en daarbuiten en leidt soms tot interessante discussies. Jim van Os en Simona Karbouniaris proberen in Neurodiversiteit begrijpen in 33 vragen de lezer mee te nemen in deze visie op het verklaren en begrijpen van verschillen tussen mensen en hun ontwikkelingsvariaties. Ze onderscheiden zeven hoofddimensies binnen neurodiversiteit: cognitieve, emotionele, gedrags- en sociale processen, daarnaast nog lichaamsbeleving, waakzaamheid en sensorimotorische systemen en een veelvoud aan subdimensies. Het achterliggende idee is dat de ontwikkeling van een individu pas echt goed in kaart te brengen is door te kijken naar alle kwaliteiten en uitdagingen op deze dimensies. In het eerste deel worden de basics uitgelegd, het tweede gaat over de persoon in de omgeving en het laatste gedeelte over het omgaan met neurodiversiteit.
Jim van Os, Simona Karbouniaris, 2024 | uitgeverij Lannoo Campus 253 pagina’s | € 25,99
De structuur van de 33 vragen maakt het, net als in eerdere delen uit de Kopzorgen-reeks, gemakkelijk iets op te zoeken. In het tweede en derde gedeelte werkt dit goed, in het eerste minder. Er wordt dan veel informatie verwerkt in het antwoord, waarbij het antwoord vaak breder is dan de vraag en een goede onderbouwing soms ontbreekt. Ook zijn er slordigheden. Zo staat bij de introductie van vraag 33 nog de introductie uit het vorige boek: 33 vragen over trauma.
De ontwikkelingspsychologische mijlpalen van de vroege kinderjaren tot ver in de volwassenheid zijn overzichtelijk en prettig weergegeven in schema’s en hebben een goede koppeling met de zeven dimensies van neurodiversiteit. Een vergelijkbaar overzicht van het ADHD- en autismespectrum is voor de hand liggend en geeft weinig informatie. Bij verschillende vragen worden casuïstiekvoorbeelden gegeven; dat vergroot de leesbaarheid, al zijn de voorbeelden wat algemeen.
De schrijfstijl is met name overtuigend, waarbij het DSM-V denken wordt geplaatst tegenover de ‘betere visie’ van neurodiversiteit. Hierdoor ontstaat een sfeer van het nieuwe tegen het oude. Dit gaat ten koste van de objectiviteit, waardoor je als lezer moeilijk een eigen visie kunt ontwikkelen, ook al omdat de benodigde informatie ontbreekt. Er zijn geen bronvermeldingen of literatuurverwijzingen, onduidelijk is op welke gegevens de auteurs zich baseren. In het laatste deel worden veelvuldig lijstjes gegeven, waarvoor de keuzes niet gemotiveerd worden, waarbij bewezen effectieve behandelingen achterwege worden gelaten en schijnbaar willekeurig experimentele of alternatieve benaderingen worden genoemd.
Ik heb uitgekeken naar dit boek. Ik hoopte op antwoorden op veel voorkomende vragen, antwoorden die ik zou kunnen gebruiken om met collega’s de uitgangspunten van neurodiversiteit te bespreken en ze hiervoor te enthousiasmeren. Daarvoor bleek het ongeschikt, helaas. (Ingrid Remeijer)
Streaming • Een valse start, 100 dagen in de jeugd- en gezinszorg via NPO Start
Programmamaker Nicolaas Veul gaat stagelopen in de jeugdzorg (eerder stond hij voor de klas op een middelbare school en werkte hij in de psychiatrie). Kinderen, ouders en groepsleiding worden in al hun menselijkheid, mogelijkheden en beperkingen in beeld gebracht. Na voorzichtig aftasten, leert Veul steeds beter om zich directief, positief en empatisch op te stellen. Goed en genuanceerd beeld van deze sector. (CvG)
Streaming • De Chinese keizerin, 2Doc, via NPO Start
Filmmaakster Jonnah Bron is door Nederlandse ouders geadopteerd. Ze werd met open armen en warm hart ontvangen. Met haar ouders kijkt ze filmbeelden van weleer terug. Ze roepen veel herinneringen op en dragen eraan bij dat ze met elkaar in gesprek gaan. De muur die vooral Jonnah heeft opgetrokken tussen haar en haar adoptieouders brokkelt steeds meer af.
Boek • Charlie, Een boek over aanraken en aanzitten
Charlie is een prentenboek voor kinderen vanaf zes jaar. De auteurs baseren het op hun ervaring als zedenrechercheur (Pieter Melsen) en als klinisch psycholoog (Iva Bicanic, tevens oprichter van het Centrum voor Seksueel Geweld in Utrecht). Het boek wil herkenning en steun bieden aan eenieder die seksueel misbruik meemaakt of heeft meegemaakt. De auteurs hebben geprobeerd af te stemmen op de taal die kinderen gebruiken om misbruik te benoemen. Hiervoor hebben ze volwassenen met misbruikervaringen gevraagd naar de woorden die zij destijds er voor hadden.
Het gaat over Charlie. Met zijn ouders en zusje woont hij op een heuvel. Buurman Jan is zijn grote vriend. Met hem bouwt Charlie een vliegtuig en gaat hij kamperen. Wanneer ze samen in bed liggen en Jan aan hem zit, voelt Charlie zich niet fijn en doet alsof hij slaapt. Thuis vertelt hij dat het kamperen heel leuk was. Wanneer ze vaker gaan kamperen, neemt Charlies spanning toe. Jan zegt dat Charlie zijn beste vriend is en dat ze een geheim hebben dat hij aan niemand mag vertellen. Uiteindelijk vertelt Charlie het geheim aan mama, wat fijn voelt, al is het eerst moeilijk.
Voor een prentenboek wordt er veel tekst gebruikt. Hierdoor is het meer een voorleesboek met platen dan een prentenboek. Via de bijgevoegde QR-code is een voorleesversie beschikbaar, die zonder de afbeeldingen goed te volgen is, maar het verhaal intenser maakt. Beter is het mét boek. De tekeningen zijn kleurrijk, er is veel te zien, wat afleiding tijdens het lezen biedt en uitnodigt tot nog eens lezen. Er worden geen tips en adviezen gegeven. Dat is prettig, het boek geeft voldoende handvatten aan ouders en kinderen om een eigen manier te kiezen en het is ‘ontschuldigend’, zowel voor ouders als kinderen.
Een volwassene die als kind seksueel misbruik heeft ervaren en het boek las, herkende veel. Hoewel het er misschien niet toe had geleid dat ze wél iets had verteld, denkt ze dat ze zich na het lezen beter zou hebben gevoeld. “Je weet dan dat je niet de enige bent en al had ik het waarschijnlijk niet geloofd, ik had wel kunnen lezen dat het niet mijn schuld was.” Op social media was discussie of dit boek geschikt is voor in een wachtkamer of op school. Ervan uitgaande dat kinderen vaak pas later iets aangeven en ook ouders vaak niet doorhebben dat er iets speelt, lijkt het mij goed om na te denken wat een handige vorm is om kinderen te bereiken. Misschien dat de auteurs daar iets over kunnen aangeven? (Ingrid Remeijer)
Boek • Werkboek EMDR bij kinderen en adolescenten | Delphine van Lierde, 2024
Het Werkboek EMDR bij kinderen en adolescenten is een praktisch boek met mooie werkbladen die gebruikt kunnen worden bij een EMDR-behandeling van jeugdigen. Er wordt veel visuele ondersteuning geboden, wat de oefeningen aantrekkelijker maakt. Zo zijn er verschillende visualisaties van de SUD-schaal, met smiley’s, golven, wolkjes of rotsen om de hoogte van de spanning aan te geven. Daarnaast staan de verschillende scripts uit het EMDR-protocol uitgeschreven, alsook scripts voor aanvullende technieken (zoals CIPOS, De muur en Framing).
Belangrijke noot is dat de Vlaamse auteur het internationale standaardprotocol voor EMDR volgt, dat afwijkt van het Nederlandse. De voorbereiding maakt een substantieel deel uit van dat protocol. Het werkboek bevat dan ook veel ruimte voor de anamnese/trauma-inventarisatie, ontspanningsoefeningen, psycho-educatie over psychotrauma en uitleg over EMDR. De werkbladen over deze onderwerpen zijn goed bruikbaar in de Nederlandse praktijk, en zijn breder inzetbaar dan alleen bij een EMDR-behandeling.
De werkbladen om tijdens de EMDR-sessies te gebruiken, bijvoorbeeld om de NC en PC te noteren, de juiste emotie te omcirkelen of te tekenen, lijken me niet bruikbaar. Ten eerste omdat de tekst erop sterk afwijkt van de tekst in ons standaardprotocol. En ten tweede omdat de lading mogelijk zakt als kinderen tijdens de sessie moeten gaan schrijven; de vaart gaat eruit. Daarnaast lijken deze werkbladen me vrij overbodig; het is immers niet echt relevant welke specifieke emotie er is, welke SUD het precies is, of wat er precies gevoeld wordt in het lichaam. Het is niet nodig om uitgebreid stil te staan om op al deze gebieden exact te differentiëren.
Bij elke fase wordt uitvoerig uitleg gegeven bij de werkbladen. Mijns inziens hoeven kinderen niet op die manier stap voor stap meegenomen te worden in het protocol. De kracht van EMDR is juist dat ze er doorheen geleid worden. Het is voor hen niet nodig precies te weten wat er op ieder moment gaat gebeuren en waarom. Als de trein op de berg staat, hoef je niet eerst de rationale van desensitisatie uit te leggen; je gaat het gewoon doen. Bij de installatie van de PC hoeft ook niet te worden uitgelegd waarom dat wordt gedaan, en gevraagd wanneer de PC echt waar was.
Een ander verschil met het Nederlandse protocol is dat pas na afronden van de hele EMDR-behandeling positief wordt afgesloten, niet aan het eind van elke sessie. Bij ‘Back to target’ wordt meer gevraagd naar lichaamsbeleving dan naar het beeld. Er wordt in het boek vrijwel niet gesproken over ‘Future template’ en over de ‘Flash Forward’ wordt beschreven dat die wordt toegepast bij een grote angst voor EMDR, wat een te smalle indicatie is.
De auteur onderschrijft het belang van het betrekken van ouders en geeft mooie tips voor het versterken van de gehechtheidsrelatie. Veel tips voor therapeuten komen uit het boek Integratieve gehechtheidsbevorderende traumabehandeling voor kinderen (ITG-K) van Schlattman en anderen (2023). Wie geïnteresseerd is in de rol van ouders in de EMDR-behandeling adviseer ik eerder dat boek aan te schaffen dan dit Werkboek EMDR. (Elsien Hofstra)