Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Gezinsgerichte schematherapie stelt basisbehoeften van ouder en het (jonge) kind voorop

Onlangs kwam de Handleiding schematherapie voor ouders en het jonge kind uit. Het boek biedt een duidelijk theoretisch kader voor gezinsgerichte schematherapie voor ouders in de fase van pril ouderschap en beschrijft helder, concreet en met veel casuïstiek het protocol voor ouders met persoonlijkheidsproblematiek. Esra Schuiling schreef de handleiding en het bijbehorende werkboek. Voor Kind en Adolescent Praktijk beantwoordde ze een aantal vragen.
Foto: Andre Jackson via Unsplash

Wat is ‘gezinsgerichte’ schematherapie?

Volgens Esra komen in gezinsgerichte schematherapie voor (aanstaande) ouders in de peripartum fase schematherapie (ST) en Infant Mental Health (IMH) bij elkaar. Anders dan in individuele ST, wordt door middel van limited co-parenting of limited grandparenting* naar de interacties binnen het gezin met mildheid gekeken. Waarbij ouders gevalideerd worden in hun gevoelens, terwijl de therapeut helpt te reflecteren over de binnenwereld van hun kind. De basisbehoeften van de ouder en van het jonge kind zijn de rode draad in de behandeling. 

Esra: “Gezinsgericht schematherapie helpt ouders met persoonlijkheidsproblematiek die zelf een ‘gezonde en goede ouder’ rolmodel hebben gemist inzicht te krijgen in dat er bij hen zelf een schema of negatieve ervaringen van hechtingsrelaties worden geactiveerd door bepaald gedrag of emotie van het kind. Bijvoorbeeld wanneer een moeder door het vele huilen van haar baby overspoeld wordt door gevoelens van tekortschieten en machteloosheid omdat zij haar baby niet kan troosten. Ze is hierdoor niet meer in staat om te kunnen reflecteren over hoe haar baby zich voelt en wat het nodig heeft.”

Voor wie en wanneer is deze behandelmethode geschikt?

Aanvankelijk is deze therapie ontwikkeld en onderzocht bij moeders met cluster-C persoonlijkheidsproblematiek, trekken of stoornis, met jonge kinderen tussen de 0 en 3 jaar die tegen problemen aanlopen in het ouderschap. Cliënten met cluster-C persoonlijkheidsproblematiek, zoals dwangmatigheid, vermijdend en afhankelijke persoonlijkheidsstoornissen, zijn over het algemeen angstig. Zij ervaren angst voor falen, afwijzing, verlating, angst voor emoties en controleverlies en om zich te binden aan anderen.

Esra: “In de tijdgeest waarin wij leven wordt er opgevoed vanuit het idee van child-centered parenting. Dit betekent ouderschap georganiseerd rond de behoeftes en interesses van het kind in plaats van de ouder. Er is meer ruimte voor de autonomie en creativiteit van het kind, in vergelijking met eerdere ideeën over opvoeding van eerdere generaties. Termen als positive parenting, gentle parenting of attachment parenting en het belang van de eerste 1000 dagen kom je als ouder overal tegen. Dit zijn mooie ontwikkelingen waardoor er meer focus is op een liefdevolle, warme, sensitieve manier van opvoeden en meer bewustwording van de emotionele behoeften van het kind.”

Maar volgens Esra lijken deze ontwikkelingen ook veel druk te leggen op sommige ouders, vooral degenen met cluster C-schema’s. Moeders met cluster C-kenmerken maken zich vaak overdreven zorgen over hun kind en willen hun kind micro-managen en overbeschermen tegen mogelijke obstakels, moeilijkheden en teleurstellingen in het leven.

Esra: “Deze ouders, ook wel bekend als ‘helikopter ouders’ in de populaire media, monitoren elke aspect van het leven van hun kind, inclusief activiteiten, sociale interacties en academische prestaties, en controleren constant hun leven alsof ze boven hen zweven. Ze kunnen overbezorgde ouders zijn, die hun eigen angsten volgen in plaats van de behoeften van hun kind, maar paradoxaal genoeg hierdoor het contact verliezen met de emotionele behoeften van hun kind. Zoals de behoefte aan autonomie en realistische grenzen.”

Dit zweven van de ouder begint volgens Esra al op een zeer jonge leeftijd. Deze ouders proberen bijvoorbeeld het slaapschema en het eetgedrag van hun baby te controleren. Onderzoek suggereert dat deze controle van de ouder kan bijdragen aan psychologische problemen bij het kind, zoals depressie en angst, later in het leven.

Esra: “Met deze problemen in gedachte werd een groep schematherapie (GST mama’s) oorspronkelijk specifiek ontwikkeld voor deze moeders. GST mama’s bestaat uit een combinatie van groepstherapie, individuele sessies en systeemgesprekken. De handleiding is geschreven vanuit het format van voor groepstherapie (GST), maar kan aangepast worden naar individuele therapie (ST), partnerrelatie (ST-C) en systeemgesprekken.”

Waarom is dit boek (en werkboek) zo belangrijk?

Schematherapie is effectief gebleken bij zowel jongeren als volwassenen met verschillende stoornissen, zoals persoonlijkheidsstoornissen, PTSD, eetstoornissen, chronische depressie en verslaving. De toepassing van schematherapie bij ouders met persoonlijkheidsproblematiek met als focus de vroege ouder-kind relatie is een relatief nieuw terrein. Terwijl de vroege ouder-kind relatie een cruciale rol speelt in de ontwikkeling van onaangepaste schema’s en psychopathologie bij kinderen. Hier is nog weinig onderzoek naar gedaan en weinig over geschreven**.

Esra: “Bij ouders met persoonlijkheidsproblematiek kunnen onderliggende schema’s van eigen negatieve vroege hechtingservaringen van de ouder geactiveerd worden door een bepaalde emotie of gedrag van het kind, waardoor zij niet meer in staat zijn sensitief te reageren op de behoeften van hun kindje. De kwaliteit van de relatie met de ouders heeft een verband met de ontwikkeling van vroegkinderlijke onaangepaste schema’s. Wanneer onvoldoende is voldaan aan basisbehoeften kunnen schema’s zich ontwikkelen.”

Divers onderzoek heeft aangetoond dat vroegkinderlijke onaangepaste schema’s een centrale rol spelen in het ontstaan van latere psychopathologie. Schema’s worden gevormd door de interactie van het temperament van het kind en negatieve ervaringen in de jeugd met belangrijke anderen zoals ouders, broers en zussen en leeftijdsgenoten. Dit kan leiden tot onvervulde emotionele basisbehoeften en het ontstaan van onaangepaste schema’s. Schema’s kunnen gezien worden als een cognitieve representatie van de hechtingsrelatie tussen ouder en kind.

Esra: “De geboorte van een baby is een ingrijpende gebeurtenis in het leven, waarbij de basisbehoeften van de nieuwe ouder worden gefrustreerd om te kunnen voldoen aan de behoeften van de baby. Schema’s van de ouder kunnen dan geactiveerd worden. Het is een tijd vol veranderingen en ambivalente gevoelens voor ouders. De perinatale periode is een tijd van verhoogde kwetsbaarheid voor de ontwikkeling van psychische aandoeningen bij moeders, zoals angst en depressie.”

Uit onderzoek blijkt dat moeders met stress, depressieve- en angstklachten minder verbinding ervaren met hun baby. Ook zien we dit terug bij vaders of andere opvoeders. Esra vindt dat ouders meer ondersteuning nodig hebben in deze kwetsbare periode in hun leven. In Gezinsgerichte schematherapie leren zij dat juist die strenge/kritische stem in hen, in de weg staat om verbinding te voelen met hun baby. Vanuit de limitid co-parenting houding van de therapeut leren zij met meer mildheid naar zichzelf te kijken waardoor er ruimte ontstaat om tegemoet te komen in de behoeften van hun kind.

Waar moet je vooral op letten bij het inzetten van deze behandelvorm?

Volgens Esra kan de eerste fase van de therapie voor cliënten erg confronterend zijn, omdat de parallelprocessen in de intergenerationele problematiek duidelijk kunnen worden. Cliënten gaan niet alleen nadenken over wat zij zelf zijn tekort gekomen in hun jeugd maar ook hoe zij met hun eigen kind omgaan.

Esra: “Informatie over veilige hechting kan er ook voor zorgen dat zij hun eigen tekortkomingen gaan zien. Hierdoor kan hun eigen kritische kant getriggerd worden en kunnen zij nog meer gaan twijfelen dat zij geen goede moeder zijn. Vaak bestaat er al veel schuldgevoel omdat zij bijvoorbeeld door een postpartum depressie of PTSS emotioneel niet altijd beschikbaar zijn geweest voor hun kind. Of dat zij weinig binding met hun kind voelen en de angst ontstaat dat zij hun kind verpesten. Hierbij is de rol van de therapeut erg belangrijk om vanuit limitied co-parenting met mildheid te reageren op deze schuldgevoelens.”

Daarnaast vindt Esra het belangrijk om alert te blijven dat de misvatting kan ontstaan door Schematherapie voor ouders dat je als ouder altijd in een gezonde volwassene modus zou moeten zijn. Dit op zichzelf is al veeleisend. De meest reflectieve ouders kunnen niet altijd mentaliserend zijn.

Esra: “Ontregeling in deze periode in je leven is normaal. Kinderen roepen nu eenmaal heftige emoties op bij de ouder, zowel positief als negatief. Perfect ouderschap bestaat niet. Het gaat erom dat cliënten leren ook met mildheid te kijken naar de verschillende kanten in zichzelf. Zij hoeven en kunnen geen perfecte ouder zijn. Iedereen heeft momenten waarop we met onze kinderen ons geduld verliezen en reageren op een manier waar we spijt van hebben. Dit normaliseren en leren begrijpen wat er bij je geraakt is van belang. Ook te begrijpen dat fouten maken niet erg hoeft te zijn zolang je de verbinding met je kind weer kan herstellen en repareren. In de groep of in de therapie leer je hoe je dat doet.”

*De term ‘limited reparenting’ beschrijft de zorgzame houding van de schematherapeut binnen de schematherapie ten opzichte van haar cliënten, waarbij zij optreedt als een ‘goed-genoeg ouder’ die tegemoet komt in de onvervulde behoeften van haar cliënten. De therapeut staat model voor een sterke, consistente, bevestigende en ondersteunde ouder. De ‘limited co-parenting of limited grand-parenting’ houding van de therapeut is essentieel voor deze behandeling. Een niet veroordelende, begripvolle en milde attitude van de therapeut als rolmodel voor de ‘goede ouder’. De therapeut bekijkt de interacties binnen het gezin met mildheid en helpt de ouders zich in te leven in de binnenwereld van hun kind. Door een nieuwsgierig houding aan te nemen onderzoeken de therapeut en de ouders wat het kind probeert te zeggen met zijn gedrag of emoties. In het achterhoofd houdend dat het kind altijd verbinding aan het zoeken is met de ouders. Hierbij kan het positief her labelen van wat ouders als vervelend gedrag van hun kind ervaren helpend zijn. De therapeut valideert de ouders in hun gevoelens vanuit limited co-parenting en helpt hun te zien wat er wel al goed gaat. Dit probeert de therapeut te bekrachtigen om zo de ‘goede ouder modus’ te vergroten.

** Aan de Universiteit van Maastricht richt Esra haar promotieonderzoek op Gezinsgerichte schematherapie in de peripartum fase. Ze onderzoekt of de ‘GST mama’s’ bestaande uit groepstherapie, individuele sessies en systeemgesprekken, een positief effectiviteit heeft op de verbinding tussen moeder en kind. De pilot studie laat veelbelovende resultaten zien. Momenteel loopt er een multicenter onderzoek GST mama’s.
 

OVER ESRA SCHUILING

Esra Schuiling is GZ psycholoog en supervisor schematherapie VSt en VGCt. Zij werkt in haar eigen praktijk en is gespecialiseerd in gezinsgerichte schematherapie met jonge gezinnen in de peripartum fase. Zij heeft een groepschematherapie voor mama’s (GST mama’s) ontwikkeld en heeft haar promotieonderzoek gericht op het effect van GST mama’s op de verbinding tussen moeder en kind. Daarnaast werkt zij als schematherapie docent en geeft zij ook cursussen over Schematherapie voor ouders en het jonge kind. Onlangs kwam van haar hand de handleiding schematherapie voor ouders en het jonge kind uit. Voor Kind en Adolescent Praktijk beschrijft een succesvolle casus waarbij gezinsgerichte schematherapie werd ingezet.